Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast


Als het leven wiebelt, bieden woorden een houvast.

Het leven wiebelt. Soms slingert het zacht heen en weer, zoals een kind op een schommel. Misschien geef je het dan, net als dat kind, vol vertrouwen een extra duwtje, en ga je almaar hoger. Maar het leven kan ook wankelen, een kant op waggelen die je helemaal niet uit wil. Of het kan danig schudden en schokken, zodat je grondvesten daveren.
Op al deze momenten zijn er woorden.
WiebelWoorden zoekt ze samen met je op.
Omdat woorden helpen herinneringen te bewaren en belevenissen te delen. Omdat woorden een houvast bieden. En omdat het bijzonder prettig is woorden aan papier toe te vertrouwen.

Op dit blog vind je vooral woorden terug die binnen in mij wiebelden. Die zich puzzelden tot een anekdote, verhaal of gedicht.
Wiebel tijdens het lezen gerust mee op hun ritme.

zondag 19 mei 2013

Koffiebollen


Omdat mijn trein een tiental minuten vertraging had, loop ik met haastige passen door de straten van Berchem. Maar als ik enkele meters in de Lange Leemstraat ben, vertragen mijn stappen toch. Een zoet aroma vult mijn neusgaten. Een geur uit mijn kinderjaren. Lichtjes gebrande mokka en caramel.
Nog voor ik de oude roestbuine poort met de geschilderde Arabier erop passeer, duik ik in de roosgeverfde kast bij moéke waar ze steevast een zakje koffiebollen bewaarde. Ik proef hun smeuïge smaak en herinner me hoe deze snoepen aan mijn tanden plakten. Wat zou ik graag weer even kind zijn en tenvolle van deze bonbons genieten.
Met spijt wandel ik de koffiebollenfabriek voorbij, en stap het gebouw ernaast binnen. Hier zal ik zo meteen mijn WiebelWoordenproject aan een jury voorstellen.
Bij de koffie en thee staat een schaaltje met koffiebollen. Stiekem stop ik er een in mijn mond en zuig hem langzaam op. Een kinderlijk enthousiasme overvalt me. Met de voorstelling kan niets meer misgaan.

Wil je ook meer weten over mijn WiebelWoordenproject? Klik dan op deze link en like mijn WiebelWoorden-facebookpagina of neem contact met me op via e-mail (zie zijbalk).


 


dinsdag 7 mei 2013

In de tuin werken

Enkele huizen verderop is een vrouw van achteraan in de tachtig gestorven. Ik kende haar niet zo goed, want ze was al jaren ziek en kwam haast nooit meer buiten.
Haar man ken ik wel. Hij is klein, krom, stokoud. Maar hij rijdt wel nog dagelijks met zijn fiets naar de winkel. En hij werkt ook regelmatig in zijn voortuin. Dat doet hij trager dan traag. Met elke voorbijganger probeert hij een praatje te maken. Zo kan hij even op adem komen.
Nu zijn vrouw er niet meer is, zie ik hem nog vaker in zijn tuin. Hij hakt onkruid dat nog bijna onzichtbaar is en maait gras dat eigenlijk niet is gegroeid. Hij is nog kleiner, krommer, stokouder.

zondag 14 april 2013

Gedicht

je roert
in je thee
met melk
en smoddert

kloddert
kruimels
door de dag
en wacht

uren voor je
scherm
luid getokkel
in pyjama

weet  dat
leven nu is
met je hele
zelf erbij

        © Veerle Schaltin

zondag 7 april 2013

Ik drink nooit thee

'Ik drink nooit t(hee), gij drinkt altijd t(hee), hij drinkt alleen t(hee) als hij tegenwoordig is.'
Destijds werden de vervoegingen van de werkwoorden er met dit ezelsbruggetje ingedramd. Zelf had ik er niet zoveel aan. Werkwoorden vervoegen had (en heeft) voor mij meer met aanvoelen te maken.
Maar dat neemt niet weg dat ik het ezelsbruggetje van de theedrinkers tot in het oneindige mee heb opgedreund. Onze juf verplichtte ons zo vaak dit stomme zinnetje te scanderen dat ik de inhoud letterlijk ben gaan nemen.
Ik drink dus nooit thee.
Zo had ik het op school geleerd. En zo paste ik het toe. Tot de liefde me in een theedrinkersfamilie bracht. Ze waren zo verknocht aan deze drank dat ze niet eens koffie in huis hadden. Ze waren ook verknocht aan taart. Overheerlijke zelfgebakken taart. En omdat daar iets warms bij paste, proefde ik van hun thee. Maar thee was en bleef warm water. Zelfs met citroen en suiker erin (een vreemde gewoonte trouwens, iets eerst zuur maken en er dan zoet bij kappen om het drinkbaar te houden) kon het vocht me niet bekoren.
Ik heb dan maar zelf leren taart bakken. En ik bleef drinken wat ik altijd al dronk: koffie. Van bij het ontbijt, om goed wakker te worden, tot vlak voor het slapengaan, om met een warm gevoel mijn bed in te duiken.
Maar ik werd ouder. Plots lag ik urenlang te woelen voor ik in slaap sukkelde en schrok ik meermaals per nacht wakker, badend in het zweet. Die koffie deed me duidelijk geen goed meer.
Noodgedwongen keek ik uit naar iets anders om 's avonds te drinken. Warme chocolademelk. Maar dat is zo calorierijk en plakt bovendien zo in de mond. Warme wijn. Maar dat is zo omslachtig om te bereiden en past alleen in het winterseizoen. Dan toch maar thee?
Die Marokkaanse rook wel heerlijk. Naar kaneel en zouthout, en zelfs een tikje citruszeste.
De eerste dagen proefde ik warm water met een vleugje kaneel. Maar langzaam aan kreeg het spul meer smaak. Ik dronk het ook al eens overdag. Probeerde zelfs andere soorten uit. Jasmijn in de ochtend. Munt als ik heerlijk wil doorwerken. En brandnetel als ik me wat pips voel.
Ik dronk dus nooit thee, maar ondertussen lekker wel.




dinsdag 26 maart 2013

Nieuw op mijn boekenplank


-Rood of waarom pesten niet grappig is/ Jan De Kinder: 'Het is iets van niets. Het is zo klein. Er is niemand die het ziet. Alleen ik.' Een meisje merkt dat Tuur bloost. Ze lacht. Even later lacht de hele klas en wordt Tuur ontzettend gepest. Dat is niet meer grappig. Gelukkig is het meisje dapper en durft ze tegen de juf te vertellen wat er aan de hand is. De Kinder toont hoe klein en onbedoeld pesten vaak begint, maar al snel uitgroeit tot iets reusachtigs. Hij toont ook hoe sterke kinderen dit pesten een halt kunnen toeroepen.
Grijs, zwart, aardetinten, een vleugje groen en natuurlijk rood kleuren niet alleen dit boek, ze insinueren ook alle emoties die bij dit verhaal te pas komen. De Kinder heeft daarnaast weinig lijnen nodig om zijn verhaal te vertellen en de gevoelens van de personages duidelijk te maken. Hij gebruikt af en toe collage- of druktechnieken. Woorden heeft De Kinder evenmin veel nodig, maar degene die hij gebruikt zijn wel steeds raak gekozen. Zo staat er telkens veel meer dan er staat.
Een schitterend boek om met kinderen over pesten, en het stoppen van pestgedrag te praten.
Voor kinderen vanaf 4 jaar.
****

-Warres vleugels/ Inge Bergh en Alain Verster: Ietwat mysterieus, sprookjesachtig,  is dit verhaal over Warre, een jongen die bij zijn vader woont, maar niet aan diens hoge verwachtingen kan voldoen. 'Hier komt niets van je terecht,’  heeft die vader gezegd voor hij hem op pad stuurt, 'Zoek iemand die je af en toe een schop onder je kont geeft. Je moet vooruit!' Warre gaat op zoek naar iemand die hem letterlijk zo'n schop geven wil. En ook al vindt hij die niet, hij leert veel onderweg en ontdekt zijn eigen kracht. Bergh is zuinig met woorden, wat er geen gemakkelijk verhaal van maakt, maar een dat erom vraagt meerdere keren gelezen te worden, zodat het kan groeien, net als poëzie.
De illustraties van Verster sluiten daar perfect bij aan, want zij zijn puur poëzie. Grijze, beige, gele en bruine tinten overheersen de meestal paginagrote prenten, waarin volop herfstbladeren opdwarrelen en vogels rondfladderen. Ook zij moeten meer dan een keer worden bekeken om er ten volle van te kunnen genieten. Wie deze moeite doet ontdekt een bijzonder verhaal over verwachtingen en onmacht, opgroeien en loslaten, en vooral ook liefde.
Voor kinderen vanaf 8 jaar.
****

-Twee tieten in een envelop/ Wim Daniëls: ‘Mag je nog lachen als je moeder doodziek is?’ is de ondertitel van dit boek en meteen een van de vragen die Wietske voortdurend bezig houden, want haar moeder heeft kanker en zal niet lang meer leven. Ze stapt alvast uit de moppenclub op school.
Daniëls vertelt het verhaal van Wietske en haar moeder rechttoe, rechtaan. Scherp. Hij toont de hele ziekte door de ogen van Wietske: hoe haar moeder haar haren verliest, hoe ze hoe langer hoe meer in bed blijft, hoe papa telkens weer ‘gemaakt’ vrolijk doet en hoe Wietskes broer zo boos is dat hij zelfs vergeet lief te zijn voor de moeder zelf, tot Wietske hem enkele dagen voor haar dood bij haar moeder in bed aantreft.
Een levensecht verhaal, nergens overdreven sentimenteel, dat je toch naar de keel grijpt.
Voor kinderen vanaf 10 jaar.
***

-Mijn meneer/ Ted Van Lieshout: Eigen belevenissen zijn de basis van deze roman over de relatie tussen de elfjarige Ted en ‘zijn meneer’. Ted ontdekt een briefje in een kapelletje, waar hij wel eens stopt op weg naar school. Het blijkt er gelegd te zijn door een man die pas in het dorp is komen wonen. Het is het begin van de vriendschap met die man, een vriendschap waarbij de meneer het Ted erg naar de zin wil maken, maar tegelijk telkens meer de grenzen van het toelaatbare overschrijdt. Enerzijds voelt Ted dit aan, anderzijds geniet hij er ook van. Hij durft er in elk geval tegen niemand over te vertellen, behalve tegen Maria uit het kapelletje, die hij brieven schrijft.
In deze roman zijn de brieven gebundeld. Zo slaagt Van Lieshout erin het verhaal volledig vanuit het kind te schrijven, zonder ergens te duiden of te veroordelen. Dat is sterk. Als lezer krijg je hierdoor een genuanceerd beeld. Het ene moment ben je boos op de meneer, dan weer kan je begrip opbrengen voor de relatie. Een roman die met veel moed is geschreven.
Voor volwassenen.
****

 

 

maandag 18 maart 2013

Genen

Vanmorgen flapte Zoonlief dit gedicht er zomaar uit.
Zou dichten in zijn genen zitten?

Kijk een rode bal
hij stuitert niet
hij vliegt niet
hij hangt gewoon

De zon komt op

©Zoonlief